21ste-eeuwse vaardigheden, maatschappelijke contexten en de arbeidsmarkt

Het huidige project neemt het gedachtengoed van Carol Dweck als uitgangspunt. Zij koppelt de uitdagingen van de 21ste-eeuwe arbeidsmarkt en samenleving (“The world is morphing into a place that no one can foresee.”) aan de noodzaak  van wat zij een “growth mindset” noemt: een perspectief op de eigen intelligentie waarin deze intelligentie niet gezien wordt als gegeven maar kan worden vergroot door inspanningen te leveren en te leren. Leerlingen met een “growth mindset” bloeien volgens haar op bij problemen, die zij zien als positieve uitdagingen, terwijl leerlingen met een zogenaamde “fixed mindset” deze problemen juist ontlopen of, als dit niet lukt, in de put raken. Het is daarom dat leerlingen met een “growth mindset” kunnen floreren binnen de onvoorspelbaarheid van de 21ste-eeuwse arbeidsmarkt en samenleving, terwijl leerlingen met een “fixed mindset” het zwaar hebben binnen de nieuwe werkelijkheid. (bv. Mindsets for the 21st century and beyond; Mindsets and Skills that Promote Long-Term Learning)

De uitdagingen van de 21ste-eeuwe arbeidsmarkt en samenleving zoals beschreven door Dweck sluiten aan op het latere werk van Zygmunt Bauman (bv. Identity, 2004; Liquid life, 2005; Liquid times, 2007). Hij beschrijft de huidige maatschappij als “vloeibaar” en meent dat deze burgers dwingt voortdurend in een moordend tempo te veranderen en zich aan te passen.

Douglas Stone en Sheila Heen (Thanks for the feedback, 2014) borduren verder op het werk van Dweck, maar dan met betrekking tot volwassenen. Zij nemen niet het perspectief op de eigen intelligentie als invulling van het begrip “growth mindset” maar het perspectief op het zelf. Zij stellen dat elk individu identiteitsetiketten als “Ik ben slim.” en “Ik ben knap.” gebruikt om zichzelf te omschrijven. Volgens hen zorgen identiteitsetiketten indien deze nauw gedefinieerd worden (“fixed mindset”) voor een defensieve houding die problemen probeert te ontlopen en, indien dit niet lukt, problemen ziet als aanvallen op de totale identiteit. Minder nauw gedefinieerde identiteitsetiketten (“growth mindset”) zorgen er aan de andere kant juist voor dat problemen gezien worden als positieve uitdagingen.

Het huidige project omarmt de uitwerking van Stone en Heen van het werk van Carol Dweck. Het doel van het project is dan ook dat de “mindset” van ouders met een achterstand met behulp van de instrumenten die geboden worden in het project meer in de richting gaat van een “growth mindset” en minder in de richting van een “fixed mindset”.

De basis voor de instrumenten in het project komt zowel van Carl Rogers (bv. Client-centered therapy, 2003) als van de Deep Dialogue-stroming (David Bohm, William Isaacs, Joseph Jaworski et al.). Beide denkrichtingen onderstrepen het belang van zelfreflectie als instrument om zich ook naar anderen en naar nieuwe situaties te kunnen openen. In beide denkrichtingen gaat het om het ontdekken en uitwerken van de eigen stem door middel van settings waarin zonder oordeel of hiërarchie geluisterd wordt naar beelden, gevoelens en lichamelijke sensaties die opkomen bij de gesprekspartners. Door regelmatig  dergelijke settings te ervaren, worden de eigen identiteitslabels te verbreed.

In het huidige project wordt gemeten of de aangeboden instrumenten, die gebaseerd zijn op de Deep Dialogue-beweging, ook inderdaad het gewenste effect (meer “growth mindset” en minder “fixed mindset”) teweeg brengen. Het meten geschiedt met behulp van een zelfrapportage in de vorm van een enquete voor aanvang van het project (nulmeting) en na afloop van het project.

In aanvulling op het meten van het effect van het instrumentarium op ouders met een achterstand wordt tevens het effect gemeten van dit instrumentarium op de facilitators binnen het project. De invloed van deze facilitators binnen de setting waarin geluisterd wordt naar beelden, gevoelens en lichamelijke sensaties die opkomen bij de gesprekspartners kan positief zijn  (indien zonder oordeel of hiërarchie geluisterd wordt) of negatief (indien met een hiërarchische “mindset” geluisterd wordt). Een zelfrapportage in de vorm van een enquete voor aanvang van het project (nulmeting) en na afloop van het project meet of de instrumenten ook inderdaad het gewenste effect (een minder “hiërarchische mindset”) teweeg brengen.

Advertisements